Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views :
img

Springlevend sjamanisme in Suriname

/
/
/
412 Views

Deze zomer werd in Suriname Ingi Dei gevierd. Deze dag is door de Verenigde Naties (VN) uitgeroepen tot de Internationale Dag van Inheemse Volken. Dan worden hun culturen met respect herdacht. Men staat dan stil bij de vorderingen in de bescherming van de rechten van de indianen overal ter wereld. Sjamanen uit het Surinaamse kustgebied, het binnenland of woonachtig in andere districten kwamen om deel te namen aan de speciale ceremonieën, waaronder de traditionele inzegening van de prapi watra voor reiniging van lichaam en geest. Die werd gehouden in de Palmentuin, een statig en oud park in de hoofdstad Paramaribo. De dag erop vulde het park tussen de hoge koningspalmen zich met een kleurrijk gezelschap. Een melting pot van mensen, sferen, kleuren en indianen. Er mocht worden gefotografeerd. Prachtige opgeschilderde tatoeages, een mengeling aan verentooien en traditionele kleding waarin de kleuren rood en blauw overheersen.

Kas di Kabra

De indianen die door inmenging van de slavernij en de evangelisatie flink aan culturele en spirituele rijkdom moesten inboeten, verbraken dit jaar hun stilzwijgen. Vooral de jongere generaties verdiepen zich in hun eigen roots omdat ze de waarden ervan willen uitdragen. Dat geldt ook voor Willem Koning, geboren in Nederland uit een Nederlands/Italiaanse vader en Kari’na moeder. Zijn culturele naam is Imjenajare, wat ‘Kindman’ betekent. Naast voorzitter van de Stichting Kumaka te Amsterdam is hij ook lid van hun muziekgroep. Kumaka speelt traditionele Kari’na muziek met de maraka (ratel), de sambura (drum) en soms met de kwama (fluit).  Imjenajare: ‘De eigenlijke naam van mijn moeder is Janowamo, wat ‘geboren in de dageraad’ betekent. Het dorp waar zij woonde is inmiddels verlaten. Half vergane korjalen lagen in de Coppename-rivier en er stonden nog enkele overblijfsels van hutten. Ik was er in 1975. Dat verblijf was voor mij een complete cultuurshock. Het was mijn opa die mij de taal bijbracht en vertelde over de sjamanen (door de indianen pïjai’s genoemd. PN). Bij tijd en wijle moesten zij hun krachten tonen en dat werd dan in het dorp gedaan, in dit geval in Poika (Akarani). Mijn opa zag hoe drie sjamanen in een Awarapalm moesten klimmen. De stam van de Awarapalm is bedekt met vlijmscherpe naalden van circa tien centimeter lang. Twee van hen klommen zonder enig probleem op hun blote voeten naar boven en beneden, maar de derde verloor zijn kracht en gilde als een speenvarken. Hij zat onder de naalden.’
Afgelopen zomer heeft Imjenajare zich laten inwijden tot sjamaan in het Kas di Kabra, wat symbolisch het huis van de voorouders is. Imjenajare: “De inwijding was eigenlijk meer een intentieverklaring naar de indiaanse gemeenschap toe waarin ik in het openbaar verklaarde me verder te willen verdiepen in de cultuur, in de hoop dat ik mijn verworven kennis kan doorgeven aan de volgende generatie.”

Signalen vertalen

Imjenajare: ‘De meeste sjamanen maken mentale reizen en communiceren met andere wezens op gelijk niveau. In het sjamanisme is de ziener zich bewust van zijn capaciteiten. Iedereen kan waarnemen en signalen uit de omgeving opvangen. Wat de sjamaan doet, is deze signalen vertalen en de boodschap toepassen. Soms in combinatie met kruiden of gewoon door wilskracht en concentratie. Sjamanen hebben een buitengewoon gevoel voor balans. Alles wat uit evenwicht raakt is gedoemd om te vallen. Het herstellen van de natuurlijke balans of verhoudingen is hierin vaak het hoofdmotief.’ Sjamaan Imjenajare roept ze een voor een op in zijn Tokai, medicijnhut. In pïjai-liederen zingt de sjamaan bijvoorbeeld dat een vogel hem moet helpen om een andere geest te halen. Hij zingt dan ‘arokako tamuru menuwano, arokako tamuru menuwano, menuwano…patai, patai me…patai.,patai,pataime, menuwano …menuwano’ (‘breng je vader om te dansen, met stampende voeten’). En dan heeft hij het over Arawata, een brulaap. De rituele benodigdheden variëren per sjamaan. Mijn Oom Max had zoveel verschillende attributen dat ik de tel kwijtraakte. Wel is bij iedere sjamaan de Ulemari, sigaar, belangrijk. Het roken van een sigaar is het medium dat het contact met de geestenwereld bewerkstelligt.

De kracht van de maraka

Imjenajare: ‘Binnen het sjamanisme zijn de spirithelpers meestal regiogebonden. Je kunt ze onder andere met muziek oproepen.’ Volgens hem zit de kracht van traditionele muziek in de tranceopwekkende herhalingen van het ritme, zowel met de maraka of ratel, de sambura of drum en het herhalen van de soms monotone melodieën. Maar ook de intervallen geven een bepaalde energie af. De sambura heeft een trilsnaar die is gespannen en een zoemend geluid veroorzaakt. Met de maraka dansen, is eigenlijk de muziek van de sjamaan. De moeder van een van de bandleden had ons al een keer gewaarschuwd voorzichtig te zijn met het zingen van deze liederen. Ze kon het weten want haar vader was een pïjai. In sommige liederen worden bepaalde entiteiten opgeroepen en als je die niet op een correcte manier terugstuurt, kunnen er rare dingen gebeuren. Die ervaringen heb ik zelf meegemaakt. De impact die de muziek heeft, kan groot zijn. Verder is het zaak om na het bespelen van de maraka de Jakuarekon of geesten weer naar huis te sturen. Wanneer het een ongevaarlijke entiteit gaat, zoals de Paranbaram of Vlinder, valt het gevaar nog wel mee. Maar heel anders is bijvoorbeeld de Kaikusi Yume of de vader van de Jaguars. Vooral wilde dieren zijn communicatief erg sterk.’
Indiaan uit de Trio-stam, ex-sjamaan en meesterverteller Tëmeta Wetaru (±1920-2002) beschrijft in het boek Tëmeta Inponopïhpë Panpira (‘Testament van Tamenta’, auteur Cees Koelewijn) dat de wereld van de sjamanen vol is met geesten, zielen en mensen die in dieren of geesten veranderen in wisselende situaties. Een sjamaan ontleent zijn kracht aan irïpï, gepersonificeerd door een of meer wïrïpës, geesten. Al dan niet bijgestaan door ikopaija’s, hulpgeesten, en ijakwuwa’s, beschermgeesten en lijfwachten. Als de Trio’s over de ziel of de geest van een mens spreken, dan hebben zij het over hun ‘amore’. En als de ziel of amore bij het sterven zijn huis en dus zijn lichaamverlaat, noemen ze dit ‘omorenpë’.

Petra Nelstein is auteur van ‘Mijn leven als diersjamaan’. Info: www.mens-dierverbinding.nl.

 

Het pïjai-ïsme en zendingswerk

Het pïjai-ïsme van de indianen was de eerste vorm van sjamanisme in Suriname. Hieronder verstaat men in feite het medicijnwerk dat door sjamanen wordt verricht. Pïjai’s (sjamanen) zijn genezers en worden nog altijd door dorpelingen geraadpleegd. Niet elk dorp langs de kust heeft een Pïjai, maar binnen een bepaalde afstand is er altijd wel een te vinden. Hoewel in dit gebied de rol van de Pïjai is teruggedrongen, wordt hij nog evenzeer gerespecteerd als vroeger.

Het zendingswerk vanaf de tweede helft van de 19e eeuw leidde tot grootscheepse bekering tot het christendom onder de indianen. Toch werd nooit het complexe spirituele leven verdrongen dat zich uitdrukte in rituelen, offeranden aan de geesten en in het pijai-ïsme. (Uit: Mijn leven als diersjamaan vanPetra Nelstein, uitgeverij Ankh-Hermes.)

De kennis over de leefwereld en het sjamanisme is schriftelijk en nauwgezet bijgehouden door Europeanen, met name vanuit de Evangelische Broedergemeente die nog steeds bekend staat vanwege haar zendingswerk.

Bijbelvertaler C.N. van der Ziel woonde ongeveer twintig jaar bij de Carib (Kari’na) indianen en maakte zich hun taal eigen. Hij schreef vanuit zijn studie op de Theologische Faculteit van de Utrechtse universiteit een scriptie over de godsdienst van de Caraïben waarin Tamusi, ook wel aangeduid als Mo’ko Kawono, ‘de verhevene’, zich als God boven een bezield universum bevindt. Een opperwezen dat presideert boven mensen-, dieren-, sterren- en geesteswereld.

Vooral in de wereld van de sjamaan worden sterrenbeelden met beschermgeesten van dieren in verband gebracht. De manier waarop de sjamaan deze geesten aanspreekt als jekykon, ‘mijn huisdieren’, illustreert dat er in de Caraïbse beleving een sterke band is tussen hemel en aarde. Evenals de wereld van het bos en het water waarin de bewoners gezien worden als gelijkwaardig. (Uit: doctoraalscriptie Kerkgeschiedenis; Missiologie, 1997. Koptitel: Hoe kwam het woord dichtbij.)

 

 


Tags:
Meer van:

Plaats een reactie

    Artikel delen
  • Facebook
  • Twitter
  • Google+
  • Linkedin
  • Pinterest