Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views :
img

Hallo zelfknippend bonsaiboompje…

/
/
/
276 Views

Na een heerlijke nazomer sloeg deze week het weer vrij plotseling om. De sfeer van de herfst daalde neer. In de natuur én in de cultuur: we zitten in de herfst van ‘het maakbare leven’. Het armzalige bestaan ervan voelen we nu als ‘crisis’. Het wordt tijd om je eigen grootsheid te gaan erkennen.

Door Robbert van Bruggen

Bladeren verkleuren tot goud-geel-rood-bruine tinten om te verwaaien in een dwarreldans omlaag in een tot rotting en ruiming gedoemd bladertapijt. Het is de immer doorgaande cyclische beweging van leven en dood die we voor het gemak in vier grote seizoenstukken hebben geknipt: dit is herfst. Ogenschijnlijk iets dat zich buiten ons afspeelt in de natuur. Tegelijkertijd bevinden we ons middenin een heel andere Grote Herfst, namelijk die van het ‘maakbare leven’, waarbij we rationaliteit in de 20ste eeuw op de troon en aan het roer hebben gezet.
Ik vraag me wel eens af wat de vroegmoderne filosoof René Descartes (1596-1650) ervan gevonden zou hebben als hij wist dat zijn stelling ‘cogito ergo sum’ (‘ik denk, dus ik besta’) zo’n dominant paradigma in de menselijke ontwikkeling voort zou brengen: ‘Als je het niet kunt meten, dan bestaat het niet’. Dit vormde vanaf het eind 19de eeuw het uitgangspunt voor een zoektocht naar een objectief meetbare werkelijkheid die met behulp van ‘de wetenschappelijke methode’ stukje bij beetje zou worden blootgelegd. Iedereen is doordrenkt met dit paradigma. Het vormde de basis voor de technologische ontwikkeling die we wereldwijd hebben doorgemaakt. Ze bracht ons welvaart en vormt de basis achter onze wereldeconomie.

Heilige drie-eenheid

Organisaties werden vanaf het begin van de 20ste eeuw als machines ingericht. Niet alleen de apparatuur maar ook de mensen werden als functionele radertjes ingezet. Dit bracht enorme technologische ontwikkelingen, in materiële maar ook in immateriële zin, en een veelheid van elkaar overlappende systemen waartoe we ons dagelijks moeten verhouden.
De tol van dit paradigma? We hebben met z’n allen geleerd dat ‘objectiviteit’, ‘meetbaarheid’ en de ‘economische waarde’ de heilige drie-eenheid vormen die, als het erop aankomt, bepalend is. We hebben geleerd dat onze subjectieve waarheid er per definitie minder toe doet. Vele professionals in organisaties raken bekneld tussen de verplichte aanpassingen en de ruimte die ze nodig hebben om samen creatief tot unieke antwoorden op complexe vragen te komen. Of het nou in de zorg is of binnen het beursgenoteerde bedrijfsleven; de economische waarde staat centraal. En dat terwijl medewerkers ‘iemand moeten zijn‘ en tevens ‘spontaan willen handelen’. Dan ontstaat bij vele ervaren werkers een deken van matheid. Tegen de dominantie van de economische waarde valt niet op te boksen. Professionals overleven door evenwicht te vinden tussen last en lust. Ze kunnen het leuk hebben met collega’s en klanten. Maar ze zijn het vertrouwen in de grotere context en het management vaak allang verloren. ‘Het is maar werk’ wordt dan gezegd; of ze verlaten het systeem om als ZZP’er voor zichzelf te beginnen.

Mijn-taal

Omdat we onszelf voortdurend in functionele mallen moeten proppen, hebben we geleerd ons van een deel van onszelf af te sluiten. Dat begint al met het schrijven van een CV bij het solliciteren naar een baan. Het CV wordt opgepoetst, scheurtjes worden dicht geplamuurd. Daarmee beginnen we ons al uit te leveren aan het toekomstig systeem. We hebben het kunstje geleerd om structureel bij onze eigen waarheid weg te gaan. We accepteren een functionele ‘men-taal’ waarbij we onze authentieke ‘mijn-taal’ inleveren. Een taal die niet in verbinding staat met ons subjectieve gevoel. Ons hart wordt secundair. De rationele waarheid van een bedrijf en de winstgerichtheid werden soms zo krachtig dat de verbinding met het natuurlijk geweten volstrekt verloren raakte. De schaamteloze zelfverrijking van topbestuurders of de gewetenloze verkoop van bepaalde slinkse financiële producten zijn daarvan sprekende voorbeelden.
We hebben geleerd aanpassende wezens te worden. We meten onszelf voortdurend af aan normen die van buitenaf worden aangereikt. We proberen braaf onze to-do lijstjes af te werken, maar hebben geen voeling met ons diepste zijn. We zijn verworden tot zelfknippende bonsaiboompjes. Bonsaiboompjes die hun eigen groei bijknippen of laten bijknippen en zich proberen aan te passen aan wat ‘goed’ is. Die stinkend hun best doen te voldoen aan de ‘verantwoordelijke eenmanszaak’ die de overheid van ons maakt, maar die de grootsheid van hun eigen boom-zijn niet kennen.
Er is dan een opvatting over het ‘zelf’ ontstaan die volledig is losgeraakt van de eenheid van het leven: het ‘autonome zelf’, dat als losstaand element inwisselbaar, vormbaar en vervangbaar is en zogenaamd keuzevrijheid heeft. Een collectieve context voor krachtige egovorming, individualisme, kracht, macht en gewetenloos egoïsme.
En toch, dit is wat er is. Deze ontwikkeling van het menselijk denkvermogen moest kennelijk plaatsvinden. In toenemende mate heeft het ons een wereldbewustzijn gebracht. Wellicht leidt de Grote Herfst van vandaag de dag tot het ontwaken van een collectief menselijk geweten.

Rauwheid

Het paradigma met rationaliteit op de troon begint al enkele decennia tekenen van verandering te tonen. Subjectiviteit wordt in de kwalitatieve tak van de wetenschap als uiterst waardevolle bron gezien. Het geloof in machineorganisaties begint te wankelen. Er wordt gezocht naar contexten waarin mensen op andere manieren kunnen samenwerken. Tegelijkertijd merken we dat we volledig geïdentificeerd zijn met gedachtepatronen. Hierdoor kunnen we niet echt kunnen innoveren en blijven organisaties steken in variaties op het vertrouwde thema. De gevolgen van de economische crisis raken nu de levens van velen. Mensen verliezen niet alleen hun baan maar kunnen daarnaast ook niet langer hun hypotheeklasten opbrengen. Sommige voedselbanken kunnen de vraag niet meer aan. De haarscheurtjes tonen zich overal om ons heen.
In het herstel van de oude orde gelooft eigenlijk niemand meer. Er staat iets nieuws te gebeuren; het oude brokkelt af. Het is een proces dat we kennelijk niet in maakbare stappen kunnen controleren, sturen of ombuigen.
Zelfknippende bonsaiboompjes, dat zijn we. Het is nodig dat we ons bewust worden van onze grootsheid als boom. Niet als losstaande boom, tussen andere bomen, maar grootsheid waarbij elke boom de unieke uitdrukking is van het ondeelbare geheel dat bos heet. Onze ware identiteit is het bos zelf.
De wereld biedt dus nu een schitterende gelegenheid voor een collectief ontwaken. Niet alleen af en toe een individu in het ware Zelf, nee, een ontwaken waarin met deze herfst van het collectieve maatschappelijke leven iets afsterft om een nieuwe vorm te kunnen aannemen. Durven we onze vertrouwde omstandigheden, waarin we ons veilig genesteld hadden en waarmee we ons identificeren, vanuit vertrouwen te laten verwaaien? Het maar laten gebeuren? Durven we onze beknepen bonsai-identiteit achter ons te laten en in alle kwetsbaarheid de weg van ‘niet weten’ te gaan volgen om zo  onze grootsheid te gaan beleven? Waarin de ene nieuwe stap de andere opvolgt, in rauwheid of ontroering, in storm of windstilte. Steeds van binnenuit handelend. Mediteer dit najaar maar eens in een herfststorm, tussen de dwarrelende bladeren en slagregens. Word de herfst.

Robbert van Bruggen is begeleidingskundige, coach, supervisor, promovendus UvHumanistiek. Hij organiseert stilte-retraites, zie www.ineenhutjeopdehei.nl.


Tags:
Meer van:

Plaats een reactie

    Artikel delen
  • Facebook
  • Twitter
  • Google+
  • Linkedin
  • Pinterest