Alexander Smit: “De natuur van liefde is geven”
“Wat is echte liefde”, vroeg een aanwezige tijdens een satsang, vragenuurtje aan een wijze, aan Alexander Smit, volgeling van de advaitaleraar Nisargadatta. Het gesprek met 45 andere teksten van hem is recent heruitgegeven door Samsara onder de titel ‘Bewustzijn. Het hoofd helder, het hart mild en de handjes laten wapperen’ (2026).
Hier het antwoord van de kleurrijke meester. Alexander Smit (1948-1998): “Waarheid, liefde, God zijn allemaal woorden voor het zelfde vanuit een ander hoekje gezien. Er moet een moment in je leven geweest zijn dat je volkomen gelukkig was, zonder support van enige af- of aanleiding. Dat is een geluk dat voortkomt uit een objectloze situatie. Bewustzijn zelf, dat per definitie objectloos is. Dat is wat iedereen kent en zoekt. Waarom ken je dat zo goed en herken je dat als het ware? Omdat dat je wezenlijke natuur is.
Dat geluk kun je alleen herkennen doordat er een contrast is met waar dat geluk niet aanwezig is. De Zelfgerealiseerde kent maar zelden dat hele diepe geluksgevoel, omdat dat het constant gekende is.
Omdat het er constant aanwezig is, wordt het niet langer als zodanig ervaren. Geluk moet een tegenpool hebben om gekend te worden. Geluk is eigenlijk een expressie van dat diepe – van die sereniteit en helderheid – op het niveau van lichaam , denken en voelen.”
Ware liefde
Alexander vervolgt: “Echt geluk is altijd objectloos. Dat weet je diep in je hart. Zolang je niet gegrondvest bent in het objectloze Zijn en er identificatie is, blijft het tobben. Dat objectloze Zijn. Maar nogmaals dient gezegd te worden dat het in werkelijkheid onmogelijk is om niet gegrondvest te zijn in dat objectloze Zijn. Dat objectloze Zijn is altijd dat waaruit je zonder moeite leeft. Of je het wilt of niet. Het ontdekken van de onmogelijkheid dat lichaam, denken en voelen bij dat objectloze Zijn zouden kunnen komen of het zelfs maar zouden kunnen aanraken, is de eerste schrik en tegelijkertijd het vrijkomen van ware liefde. De schrik ontstaat ook als iemand wezenlijk van je gaat houden. Wezenlijke liefde is altijd bedreigend omdat het dwars door je afweermechanismen heen gaat. Er is geen plek meer om naar toe te vluchten; er is geen privé meer. Met andere woorden: het zelfbewustzijn kan zich niet langer verbergen. Je wordt ineen alles. Alles wordt gekend. In de liefde ben je bereid één te worden met je omgeving en houd je niets meer achter. Zodra je in de liefde bent, neig je tot delen en vervloeiing, en dat is griezelig voor het ego. Zelfs hebberige mensen worden royaal nadat ze zijn aangeraakt door liefde. De natuur van liefde is geven., de natuur van niet-liefde is graaien.”
Het hoofd helder.
De titel van Alexanders Smits door Samsara herdrukte boek lijkt op het eerste gezicht bijna speels: het hoofd helder, het hart mild en de handjes laten wapperen. Maar is dat zo?
Deze driedeling is van functies, wordt vaak beruikt: ratio en hoofd, liefde in het hart en gevoel en handelen in de handen.
Maar na lezing van de 45 korte essays, per hoofdstuk eentje, blijkt dit een misverstand. Het hoofd hoeft niet slimmer te worden, maar stiller. Het hart hoeft niet voller te worden, maar ontdaan van wat het vertroebelt. En de handen mogen pas bewegen wanneer er niets meer te winnen valt.
Wat Alexanders Smit blootlegt, raakt aan de ongemakkelijke waarheid dat wat wij “geluk” noemen, wat meestal een reactie op iets is. Iets gebeurt er of is er en daaruit volgt een prettig gevoel dat we als het weer is verdwenen najagen. Alexander draait het radicaal om. Werkelijk geluk, zegt hij, is objectloos. Het heeft geen aanleiding nodig. Het is er met én zonder aanleiding.
Het ‘ik’, alles waarvan je denkt, vindt en voelt dat je bent, ervaart dat als verwarrend. Is álles wat wij doen en verbeteren, ook als we ergens naar streven en zoeken, dan een omweg?
Helder is dat je niet denkt over je situatie, jezelf en over van alles in je leven, maar er gewoon bij bent. Dat hoofd wordt zo een stuk leger. En helder.
Het denken is niet slecht, maar het vertrekt altijd vanuit een scheiding. Denken over iets bevestigt dat er een afstand is, er is een ik en een object, dat andere. Dat kan ook de waarheid zijn. Deze laat zich niet denken. Ze is en wordt herkend.
Dan het hart.
Liefde en mildheid zijn geen emoties, maar het wegvallen van verzet, een open acceptatie van wat is. Het getuigt van diep inzicht dat niets aan jezelf toegevoegd hoeft te worden. Dat is de kern van je Zelf-ervaring; je bent al heel, met alles wat er is.
En dan de handen.
In menige spirituele traditie wordt handelen verdacht dan wel gecompliceerd gemaakt. Stilstand moet dan wel of juist niet. Vooruitgang in een zekere richting is daar verplicht. Wanneer identificatie ermee wegvalt, ontstaat juist spontaniteit. Geen bedacht handelen, geen strategisch leven en evenmin een moralistisch kader, maar een direct reageren dat nergens anders vandaan komt dan uit je authentieke Zelfzijn. Zonder eigenaar of claimende ‘ik ‘.Nee, er is niks mis met ‘ik’, het zit er nu eenmaal ongeduldig te zijn, maar neem het niet te serieus.
Dat is misschien het meest confronterende punt van Alexanders Smit. Want zolang er nog een idee is van “ik doe dit”, blijft er spanning bestaan. Pas wanneer het duidelijk wordt dat ook dat idee verschijnt in bewustzijn, net als elke gedachte of emotie, valt er iets weg. Niet het handelen, maar de last ervan.
Wat overblijft is eenvoud in openheid. Niet spectaculair, niet verheven.
Maar wel onwrikbaar.
Misschien is dit wat Alexander bedoelt:
eerst helder zien,
dan zacht worden,
en pas daarna zonder bedoeling bewegen.
Kijken naar de boeken van Alexanders Smit: https://www.samsarabooks.com/boeken
