Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views :

VRIJE WIL

/
/
/
152 Views

Door Jay Michaelson

Veel van de westerse ethiek, zowel de religieuze als seculiere, lijkt zich te beroepen op het concept van ‘vrije wil’, het principe dat ieder van ons vrij is om te kiezen – in zowel wereldse als moreel significante context – en dat we dus verantwoordelijk zijn voor welke keus we ook maken. Kies ervoor aan je neiging tot stelen toe te geven en je draagt zowel moreel als wettelijk verantwoordelijkheid voor de gevolgen van die daad (zeker als je in je kraag wordt gevat). En ga zo maar door.

Al dit amateurgefilosofeer ten spijt ligt de vrije wil flink onder vuur van hordes filosofen, neurowetenschappers en biologen. John Locke en David Hume noemden het onzinnig. Schopenhauer, wiens filosofische werk grotendeels gaat over de vraag of er wel een wil is, merkte op dat het alleen maar een a priori standpunt is, geen feitelijke beschrijving van gebeurtenissen. Hobbes meende dat vrije wil slechts schijnbaar werkelijk is. En Nietsche kende het alleen een conventionele waarheid toe; in termen van absolute waarheid achtte hij het onsamenhangend. In de woorden van Spinoza (Ethica III, p25): ‘Mensen denken dat ze vrij zijn, omdat ze zich bewust zijn van hun gedragingen en onwetend omtrent de oorzaken waardoor ze bepaald worden.’ Het is aannemelijk dat we, indien we elk van de talloze oorzaken voor onze gedragingen kenden, zouden begrijpen dat de vrije wil een begoocheling is.

Zo verzette de wetenschappelijke gemeenschap zich al lang geleden tegen het Cartesiaanse dualisme van een op de een of andere manier onstoffelijke ziel die inwerkt op een stoffelijk brein, en haar pseudo-stoffelijke equivalent die veronderstelt dat er ergens in het brein een ego zit (op een voor neurowetenschappers onvindbare plek) die onze bewuste waarneming als een film aan zich voorbij laat gaan. Het fenomeen dat we de ‘mind’ noemen, is een soort van ‘kluge’, een vreemd apparaat dat in elkaar geknutseld is uit onderdelen die voor iets anders bestemd waren. Bewustzijn – met name ons bewustzijn van ons zelf of ego – bestaat uit duizenden memen, culturele informatiepatronen die lopen op de hardware van het brein. Wetenschappelijk gezien bestaat er geen zelf, geen homunculus die zich in de hersenen ophoudt.

‘Vrije wil’ is een gebruiksafspraak; alleen maar nuttig om onze perceptie van en verantwoordelijkheid voor beslissingen te omschrijven. Als fenomeen van het bewustzijn is het door de tijd geëvolueerd en heeft het de mens en de menselijke beschaving geholpen zich te ontwikkelen. Vanuit het klassieke, alles met elkaar verenigende perspectief is het een samenhangend mentaal fenomeen, zelfs als het nergens op slaat – en wordt er niet meer van verlangd dan het omschrijven van een mentaal fenomeen. Ontologisch is het van geen betekenis, want alles wordt in die optiek van buitenaf veroorzaakt. Maar moreel, ethisch, heeft het nog steeds veel waarde, want hoe iets ‘uiteindelijk’ is, maakt ethisch gezien niets uit. Wat telt is dat de nabije oorzaken van de beslissingen die men neemt, teruggevoerd kunnen worden op wat Dennett noemt: ‘Het recente verleden… niet tot in het oneindige, maar ver genoeg terug om mij zelf genoeg armslag in tijd en ruimte te geven, zodat er een mij is om mijn beslissingen aan toe te kennen.’ (Freedom Evolves, p. 136)

Ethisch gezien volstaat dit. Het maakt een niet bestaand zelf mogelijk, een totale ontkenning van je vrije wil en desalniettemin ethische verantwoordelijkheid voor je daden. Maar de onnadenkende notie dat we toch echt over een vrije wil beschikken, is hardnekkig.  En het vergoelijkt een egocentrisme dat iedere poging om het zelf van het ego te bevrijden, resoluut het hoofd biedt. Het is de laatste snik van de onverlichte geest.

Dat is ons punt; wanneer ‘vrije wil’ als ontologische vooronderstelling heeft afgedaan, doet zich verwerkelijking voor zonder enig negatief gevolg voor ethische verantwoordelijkheid.

Overweeg dit eens: de betekenis van ‘vrije wil’ is in wezen dat er een handeling bestaat zonder externe oorzaken, slechts bepaald door een onafhankelijk moreel persoon die, hoewel hij natuurlijk door de wereld beïnvloed wordt, uiteindelijk onafhankelijk ervan handelt. De vraag of het nu wel of niet bestaat, is in wezen een afgeleide van de klassieke filosofische onderverdeling in determinisme en indeterminisme. Normaal gesproken leven de meesten van ons natuurlijk in overeenstemming met het determinisme. We verwachten dat er, als we ziek zijn, een reden voor is (stoffelijk of anderszins); dat als we auto’s zien, er toch wel bestuurders (en motoren) in zullen zitten; dat regen niet uit het niets wordt gematerialiseerd in de lucht. Alle fenomenen hebben oorzaken; ze zappen niet op eigen houtje het bestaan in en uit (niettegenstaande de pseudo-aanpassingen van kwantummechanici).

En toch leven de meesten van ons onze ethische levens in overeenstemming met het indeterminsime.  We gaan ervan uit dat we keuzes maken, en dat deze keuzes de ‘onze’ zijn, dat ze niet volledig worden veroorzaakt door andere dingen. De uiteindelijke verantwoordelijkheid ligt bij mij. Je kunt nu doorgaan met lezen, of iets anders gaan doen… en natuurlijk lijkt het net of die keuze aan jou is. Zo lijkt het, maar zo is het niet. Ook als we de neurowetenschap even buiten beschouwing laten; het is niet eens in overeenstemming met wat rechtstreeks wordt waargenomen in meditatie. Ieder mentaal besluit wordt volledig veroorzaakt door de totale som van oorzaken en voorwaarden die je tot het moment van kiezen gebracht hebben. Waar zou het anders vandaan komen? Sommige van die oorzaken kunnen heel nabij zijn – hoe boeiend dit essay is, hoe rusteloos je bent, wat je over vijf minuten moet doen – en andere behoorlijk ver verwijderd; hoe verhoud je je met filosofie, je geslacht, ras en sociale klasse, en ga zo maar door. We zijn niet in staat om al die verschillende oorzaken en voorwaarden vast te stellen, maar ze bestaan natuurlijk wel. Zelfs als een keuze volkomen impulsief lijkt, of willekeurig, dan nog wordt het door iets veroorzaakt, toch? En wat dat is, of eerder wat die ontelbare ietsen zijn, bestaat al als het product van andere oorzaken en voorwaarden.

Dit feit is te observeren met behulp van meditatie, hetgeen zo dicht in de buurt is van de wetenschappelijke methode als de zelfbespiegelende mind maar komen kan. Het is duidelijk ervaarbaar dat beslissingen fenomenen zijn die worden veroorzaakt door andere fenomenen. Wanneer je dit experiment wilt herhalen, ga dan zitten en volg hetzelfde proces van het zodanig vertragen van het spervuur van gedachten dat je het mechanisme van veroorzaking en keuze duidelijker kunt observeren. Je zult zien hoe onvrijwillige handelingen die gewoonlijk onopgemerkt blijven, ondoorgrondelijk gedetailleerde opeenvolgingen zijn van verlangen en afkeer; hoe het wegwuiven van een mug kan lijken op een balletchoreografie. Waar het gewoonlijk lijkt of ‘ik een beslissing neem’, is het in een heldere meditatieve staat mogelijk om daadwerkelijk te observeren hoe de verschillende acties en reacties die gewoonlijk het etiket ‘’zelf’ krijgen opgeplakt, onder de juiste omstandigheden worden opgewekt, hoe gewoontegedrag de handeling voorschrijft en hoe de gedachteprocessen zelfs op het moment van keuze veroorzaakt worden door de persoonlijkheid, de omgeving en de rest. Observeren, niet slechts voelen. Het soepel lopende klokwerk van het logische denken wordt in zo’n context opzettelijk verstoord, en z’n mechanische aard kan worden geobserveerd. Er is geen zelf dat het raderwerk bedient – het zelf ís het raderwerk. Het is een opdoemend verschijnsel van de ontelbare oorzaken en voorwaarden die steeds maar gebeuren. Dit kan ondervonden worden, op het verschijnselenniveau van de mind.

Natuurlijk is het mogelijk dat een of ander raar, niet-stoffelijk, niet-bewijsbaar, niet onbewijsbaar, niet waar te nemen zelf echt de lakens uitdeelt, maar het principe dat bekend staat als ‘het Scheermes van Ockham’ suggereert dat de eenvoudigste oplossing veelal de beste is – niet in de laatste plaats omdat nog niemand, na driehonderd jaar, in staat is gebleken om aan te tonen hoe stoffelijke en onstoffelijke vormen op elkaar inwerken. (Beroemd is de suggestie van Descartes dat er een schakel is tussen het stoffelijke en onstoffelijke in de pijnappelklier in de hersenen. Met onze kennis van nu over de pijnappelklier (epifyse) en z’n rol in het bewustzijn die Descartes beschreef, is dat behoorlijk opmerkelijk, zelfs vooruitziend. Maar ook elektriciteit en de verschillende soorten energie van het brein zijn nog steeds stoffelijk.) En nee, de kwantumtheorie – dat de ziel misschien in staat is om gluonen en mesonen (subatomaire deeltjes) het bestaan in te laten glippen om op die manier als onafhankelijk bewustzijn de stoffelijke hersenen te beïnvloeden – werkt ook niet. Zo nietig als neuronen zijn; vergeleken met subatomaire deeltjes die in en uit het bestaan knipperen, zijn ze reusachtig. Elke gedachte die we hebben is eigenlijk een fenomeen dat veroorzaakt wordt door een hoeveelheid neurale netwerken, op verschillende plekken in het brein. Suggereren dat kwantumflux het brein beïnvloedt, is net zoiets als beweren dat een mier die over mijn vloer kruipt ineens mijn huis heeft gebouwd. Al deze kwamtumnonsens bestaat alleen maar om het intuïtieve gevoel te rechtvaardigen dat de wereld botweg tegenstrijdig is, rechtstreeks weerlegbaar, wetenschappelijk verloochend – is alleen maar in omloop omdat het een goed gevoel lijkt te geven. (Ken Wilburs Quantum Questions is een geweldige bloemlezing van de 20ste-eeuwse meesters van de kwantummechanica, die allemaal zeggen dat hoe opmerkelijk, mystiek en verwonderlijk ook, het helemaal niets van doen heeft met ‘gedachten die de werkelijkheid creëren’ of de vrije wil of wat What the Bleep ook maar suggereert.)

Merk echter wel op wat deze pseudo-metafysische verklaring probeert te verschaffen: een uitweg uit de stoffelijkheid en de oorzakelijkheid, en een ethische grondslag. Maar ons ethische zelf zou zonder metafysica niet verdwijnen; de meeste mensen zijn trouwens niet in metafysica geïnteresseerd. Sterker nog; vanuit een non-dualistisch perspectief is de deterministische oorzakelijkheid eigenlijk onze beste vriend, want het is een bevrijding uit het keurslijf van het zelf, de laatste hindernis voor verwerkelijking.

Vanuit het relatieve perspectief is stoffelijkheid de eenvoudigste, meest logische verklaring voor de verschijnselen van mentale processen, inclusief het besef van vrije wil. Onze hersenen zowel als onze mind gehoorzamen aan de basiswetmatigheden van oorzaak en gevolg. Ergens diep in de schuilhoeken van het brein zitten herinneringen en aangeleerde gedragingen, memen en culturele gekunsteldheden, die vervolgens gezamenlijk, in een fractie van een ogenblik, tot besluitvorming komen. Vrije wil maakt deel uit van wat cultuurcritici ‘de mythe van het gegevene’ noemen: de vergissing te denken dat wat we zijn op de een of andere manier ‘natuurlijk’ is of gegeven, los van culturele en taalkundige factoren. Natuurlijk zal de manier waarop deze factoren gecombineerd worden van persoon tot persoon verschillen, waardoor persoonlijkheden en creativiteit kunnen ontstaan. Het materialistische wereldbeeld ontkent de wonderbaarlijke kracht van de menselijke mind om te vernieuwen, uit te vinden en nieuwe ‘combinaties’ te scheppen die niet eerder in de wereld bestonden, echt niet. Het is inderdaad zoals Dennett schrijft (Freedom Evolves, p.185), dat ons besef van handelen deel is van ‘wat de natuur bedoelde’, net zoals onze instincten dat zijn. We zijn echt een beeltenis van God. Maar niet omdat we op de een of andere manier buiten het stoffelijke universum staan.

Vanuit een absoluut perspectief verschijnt de wereld als een droom – maar binnen de kaders van die droom is er slechts de schijn van een zelf, niet een werkelijkheid. Wat wij voor een ‘zelf’ houden, een ziel die kijkt naar de wereld maar die uiteindelijk vrij is van haar invloeden, is niets anders dan een begoocheling. Natuurlijk hebben we een ‘zelf’ in de zin dat mijn mind niet de jouwe is, en mijn lichaam niet dat van jou. Maar onze minds en lichamen worden volledig geconditioneerd door andere dingen; van genetica en hoe we zijn opgevoed tot hoe hongerig we op dit moment zijn. Terwijl ik nadenk over welke woorden ik verder nog zal opschrijven, bepalen zevenendertig jaar ervaring en duizenden jaren van genetische ontwikkeling de keuzes die ik maken zal. ‘Vrije wil’ heeft er niets mee van doen.

De ‘ik’ is niet meer dan een tijdelijke rimpeling op het vijveroppervlak van oorzaken en voorwaarden. Het is als een bioscoopfilm, een illusie van naadloze beweging die wordt veroorzaakt door de razendsnelle opeenvolging van stilstaande beelden. Of om de metafoor van boeddhistische leraar Joseph Goldstein te gebruiken: het verschijnen van het ‘ik’ is als de ‘Grote Beer’; het is er als je op een bepaalde manier naar de dingen kijkt, en het is er niet als je er op een andere manier naar kijkt. Natuurlijk is er niet echt een ‘Grote Beer’, maar net zo echt is hij er wél, bezien vanuit onze normale, conventionele manier van kijken naar dingen. Op dezelfde manier, als een levend, waarneembaar verschijnsel – niets meer dan een verschijnsel – bestaat de vrije wil kennelijk. Dit is het punt van het compatibilisme: dat de vrije wil een verschijnsel van onze manier van ervaren beschrijft, maar niet meer dan dat. En dit volstaat om alle ethische en jurisprudentiële gevolgen van de vrije wil op hun plek te doen vallen.

Daarom is rabbi Akkiva’s bewering in de Talmoed dat ‘alles is voorzien, echter de vrije wil is gegeven’, niet een of andere zenachtige paradox. Het beschrijft precies hoe de dingen zijn. In de echte werkelijkheid is alles ‘voorzien’, als we met ‘voorzien’ doelen op een alomtegenwoordige God die, in tegenstelling tot ons mensen maar net als de demon van Laplace, de miljarden oorzaken en voorwaarden kent die ieder van ons op elk moment beïnvloeden. In de woorden van de Boeddha: ‘Er bestaat vrij handelen, er bestaat vergelding, maar ik zie geen werkende oorzaak die van de ene reeks momentueuze elementen overgaat op een andere reeks, anders dan die elementen zelf.’

Sommigen denken dat we zonder vrije wil slechts biologische instrumenten zijn, zonder Goddelijke vonk – of in semi-seculiere bewoordingen, zonder menselijke ziel. Maar vanuit non-dualistisch perspectief is dit argument theologisch achterhaald. Lukte het ons maar om afstand te nemen van de behoefte om onszelf te beschouwen als afgescheiden van de rest van de kosmos!

De autonome ziel is niet een poort naar God; het is een poort naar ontgoocheling. Dit is exact wat de joodse wijzen de yetzer hara noemen, het zelfzuchtige, afzonderende en zo nu en dan kwaadaardige dat het zelf beschouwt als het centrum van het universum. Terwijl mijn keuzes en gevoelens, als het me lukt dat te zien, niet het resultaat zijn van mijn autonome ‘vrije wil’, maar van een onmetelijk Indra’s net van oorzaken en voorwaarden waarvan ik een overweldigende meerderheid niet kan kennen – kan er niet alleen een besef van perspectief, maar ook een besef van vrede verschijnen. Het is wat het is en het zal zijn wat het zal zijn – ehyeh asher ehyeh in het Hebreeuws en mijn keus is geen andere dan ermee om te gaan.

Dit soort van loslaten is geen onthechting van de noodzakelijkheid van rechtvaardigheid, maar een verlevendiging ervan. Welk perspectief zal eerder leiden tot vervolging van rechtvaardigheid, een die gericht is op mijzelf en mijn behoeften, of een die het verschijnen van mijn behoeften beschouwt als nóg een draad in het web van oorzaken en voorwaarden ? – een web waar vaak de naam God aan wordt toegekend. Ik persoonlijk ben een stuk minder zelfzuchtig wanneer ik niet op mezelf gericht ben. Non-dualistisch handelen is hetzelfde als dualistisch handelen, maar dan zonder zelfzuchtig motief, het besef van een ‘doener’ of de wrevel en belemmeringen die onvermijdelijk gepaard gaan met op het zelf gerichte activiteiten.

Natuurlijk kan te veel berusting en evenwichtigheid leiden tot een soort van ethische luiheid. Maar als we oprecht nauwkeurig naar de mind kijken, dan is veel wat doorgaat voor evenwicht en rust – om realisme maar niet te noemen – eigenlijk gemaskeerde zelfzucht. Onthechten van de begoocheling van een vrije wil is niet hetzelfde als onthechten van de wereld; het hecht je er juist aan, en maakt dat het veel moeilijker is om al het lijden uit naam van innerlijke rust te negeren.

Het uitwissen van het zelf is ook niet een uitwissen van de individualiteit. Het loslaten van de waan van een vrije wil betekent niet dat ik op voorhand een creatief, karakteristiek, sensueel persoon ben en nadien karakterloos en nietszeggend. Alles verschijnt nog steeds, maar het wordt gezien voor wat het is, in plaats van voor wat het niet is. Om deze reden zijn sommige van de meest verlichte leraren tegenwoordig nog steeds heel nadrukkelijk joods, of Brits, of welke geschiedenis hen ook maar gevormd heeft. Ze zijn in eerste instantie misschien niet eens erg aardig, en ik ben ervan overtuigd dat in hen nog steeds woede en verdriet verschijnen. Alleen bedriegers glimlachen altijd.

Vrije wil is een illusie van het goed functionerende brein, een truc van de mind waar jij vaak de dupe van bent. Laat het los; je hebt niets te verliezen en Niets te winnen. En er is een groot verschil tussen niets en Niets, hoewel ik je niet precies kan zeggen wat het is.

Eén Laatste wonder 

Dit zou het eind van het zelfonderzoek moeten zijn; het loslaten van de illusie van een afzonderlijk zelf maakt dat je de relatieve wereld helderder ziet en je kunt overgeven aan het absolute. Maar wanneer we spreken over ethiek is er nog één bijzonder wonder over.

Het is een eenvoudige: dat compassie toch natuurlijk is. Dat de overgave aan het Zijn, aan God, ons zachter maakt, ook zonder afhankelijk te zijn van de wet. Wanneer we kalmer worden – stiller – en de dingen zien zoals ze zijn, verschijnen compassie, vriendelijkheid en wijsheid vanzelf, zonder enige dwang van onze kant. Als je echt kijkt naar wie je bent onder alle neuroses en de jeugdtrauma’s, zul je zien dat je een meelevend iemand bent die, net als iedereen, niets anders wil dan liefhebben en bemind worden, en een goed leven leiden.

Dat is tenminste wat ik gevonden heb. En het is wat generaties andere bespiegelaars vrijwel unaniem hebben gevonden. Het is geen ‘goedheid’ in welke ethische of morele betekenis ook, die we vonden. Ik ben dol op de verhalen van Ikkyu, de verlichte zenmonnik die zich, nadat hij verlicht geworden was, bezatte en met hoeren afgaf. Dat is wat hij gevonden had, en hij verbijsterde de traditionelere machten die een vaste voorstelling hadden van hoe een verlicht persoon zich behoort te gedragen. In werkelijkheid lijkt een verlicht persoon helemaal nergens op. Net als in het vaak vertelde verhaal van Zusya van Hanipol, ziet de wijze er niet uit als Mozes of Jezus, maar zoals Zusya. Als haar ware zelf.

Maar we vinden wel een natuurlijke godheid, die helpen wil, die het niet langer nodig heeft om de grenzen van het zelf te verdedigen. Het vraagt inspanning, maar dan verschijnt het goede hart.

Niettegenstaande de zoetheid, is het ook een radicaal andere kijk op het pad van rechtvaardigheid dan de visie dat we onze diepe, donkere instincten moeten onderdrukken omdat ze kwaadaardig zijn, of aangetast door de Oorspronkelijke Zonde. De visie die ik hier formuleer is: maak contact met je diepere, zogenaamde duistere instincten en breng ze allemaal aan het Licht. Het is enigszins gevaarlijk; op het maatschappelijke plan hebben we kennelijk meer morele wetten nodig, meer regels en meer van alles. Het is niet redelijk om te verwachten dat iedereen zich langdurig gaat terugtrekken om z’n ware aard te leren kennen. Dat te (kunnen) doen is een privilege, je moet het je kunnen veroorloven en je leven moet je die ruimte bieden (velen noemen dat karma). Tragisch genoeg – en laten we de ernst van die tragedie niet onderschatten – is een bespiegelend leven niet voor iedereen weggelegd. En kennelijk wensen de meeste mensen het zich ook niet. Dus alle gebruikelijke ethische regels en wetten blijven wat ze zijn, en blijven ter discussie staan.

Maar als het kan gebeuren, zal het bespiegelende heldere kijken – niet het opleggen van een moreel denkkader op een verrot fundament, maar gewoon kijken naar hoe het is – tot meer gerechtigheid en meer vrede leiden. Simpelweg door scherp en helder te zien wie en wat we zijn, worden we zachtaardiger, meelevender. Als vanzelf. Het doordrongen zijn van het heilige verschijnt ook heel natuurlijk. We zijn radicaal goedhartig – sommigen zullen het Godhartig noemen.

Ik kan niet aan je overdragen hoe transformerend het voor me was om niet alleen te zien dat ‘alle mensen goedhartig zijn,’ zoals Anne Frank het beschreef, maar ik in het bijzonder. Ik! De onhandige, rommelende, behoeftige ik – de ironische, cynische ik – maar daaronder, of eigenlijk naast al die stukken en strategieën bevindt zich echt een gewoon liefhebbend iemand die – zucht – goedhartig is. Dit besef kan je in verlegenheid brengen, laat staan dat je het tot uitdrukking brengt. Maar het is pijnlijk omdat we veronderstellen dat de echte Anne Frank het keurmerk Anne Frank is – dat weten dat mensen goedhartig zijn leidt tot sentimenteel denken, of Pollyanna optimisme. Maar dat is helemaal niet waar. Weten dat ik goedhartig ben, zit mijn onderscheidingsvermogen als ik te spitsvondig ben, of onattent, of ‘spiritueel’, helemaal niet in de weg. Het verheldert het slechts. Het brengt ook geen arrogantie met zich mee; het genereert juist bescheidenheid.

Anne Frank was niet naïef. Maar stel je voor dat zij, ook al was ze slachtoffer en werd ze onvoorstelbaar onmenselijk behandeld, wist dat wat er gebeurde niet de kwaadaardige essentie was van de mensheid, maar een vergissing. Stel je een overgave voor, niet aan de wanhoop, maar aan het ontvouwen van het bestaan zelf. Stel je de subtielste liefhebbende glimlach voor, die overeind blijft te midden van tranen.



Plaats een reactie

    Artikel delen
  • Facebook
  • Twitter
  • Google+
  • Linkedin
  • Pinterest