Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views :
img

Mythische Exodus blijft een mooi verhaal

/
/
/
401 Views

Culturen waarin men lezen noch schrijven kan, hebben vaak bijzondere verhalen waarin op beeldende wijze verklaard wordt hoe het hier en nu tot stand is gekomen. Een goed voorbeeld daarvan is het verhaal van de Exodus waarin Mozes zijn volk bevrijdt uit de slavernij en door de Rode Zee naar het Beloofde Land brengt.

Door Peter Roozendaal

In een orale traditie zou D-Day in de Tweede Wereldoorlog zich over duizend jaar hebben ontwikkeld tot een spannend epos waarin George de Grote, koning van Engeland, aan het hoofd van zijn troepen door de drooggevallen Noordzee marcheert om de vijanden van God te onderwerpen.

De Exodus zou rond de 14e en 15e eeuw v. Chr. hebben plaatsgehad. Wetenschappers, historici en archeologen hebben echter van deze uittocht geen sporen kunnen terugvinden. Een aantal van de steden in het verhaal blijkt toen nog niet bestaan te hebben. De muren van Jericho waren al eeuwen eerder verwoest, niet door Joodse bazuinen maar door een aardbeving.

Israëlische archeologen zoals dr.Israël Finkelstein, zijn tot de conclusie gekomen dat de Joden voor het grootste deel niet uit Egypte kwamen. Zij waren namelijk autochtone Kanaänieten. Tussen de 20e en 14e eeuw v. Chr. waren er in Kanaän al stedelijke gebieden te vinden. Veel van de bewoners die later mede het Joodse volk zouden vormen, behoorden tot de sociale onderlaag van de bevolking en woonden meestal buiten de stadsmuren. Men vermoedt dat zij oorspronkelijk nomaden waren die nabij de stad Mari in oost-Syrië in gevangenschap zijn geraakt en als slaven in Kanaän zijn terechtgekomen.

Rond de 14e eeuw voor Chr., heerst er verwarring in het gehele Midden-Oosten. In een tijdsbestek van 200 jaar worden alle steden in Kanaän wel een of meerdere keren verwoest. Wie tot het slavenvolk behoort, maakt, de een na de ander, van de gelegenheid gebruik. Men vlucht en verzamelt zich op het schrale nauwelijks bewoonde deel van Kanaän, het bergachtige gebied dat zich uitstrekt van Jeruzalem tot Galilea. Het beloofde land. Men noemt ze “Hebreeërs” wat oorspronkelijk “overlopers” betekende. Als de rust is teruggekeerd, vinden we ze in tientallen kleine nederzettingen. Archeologen schatten dat er in deze tijd 6.000 Hebreeërs zijn. Hun leiders kennen we in overleveringen als de Richteren, beschreven in het gelijknamige bijbelboek.

Weggelopen slaven

Opgravingen bevestigen dat de meesten van deze mensen qua cultuur nog lange tijd als slaven hebben geleefd. Bevrijding uit de slavernij leidt meestal niet tot onmiddellijke emancipatie. Een identiteit is iets dat moet worden opgebouwd. De Richteren hebben getracht hun mensen, een volk zonder verleden, een geschiedenis te geven, iets waar zij trots op konden zijn en wat kon bijdragen aan hun emancipatie. Zo ontstonden inspirerende verhalen die we nu kunnen lezen in het Oude of Eerste Testament.

Behalve de weggelopen slaven speelde bij de vorming van het Hebreeërvolk ook een verwant nomadenvolk een rol van betekenis. Rond de 18e eeuw v. Chr. zwierven zij tussen Turkije en Palestina. Tussen 1719 en 1692 v. Chr. wisten zij zich in Egypte te vestigen en daar hoge posities aan het hof te bereiken (de latere verhalen van aartsvader Jacob en de Jozef legende). Als er dan een machtsvacuüm in Egypte ontstaat, grijpen zij de macht en gedurende 110 jaar vormen zij de 14e,15e en 16e faraodynastie. Jacob de Machtige is hun eerste Farao. Men heerst over een groot deel van Egypte maar ook over hedendaags Palestina en Libanon. In de Egyptische kronieken worden ze Hyksos genoemd, wat vertaald kan worden als “leiders van vreemde landen”. Wat we over dit volk uit de kronieken weten, is niet zo positief. Ze worden omschreven als intolerant en hebzuchtig. Tribuutplichtige steden die niet aan hun verplichtingen konden voldoen, werden met harde hand gestraft. In oorlogstijd wisten zij als enigen in Egypte strijdwagens in te zetten. Men had de wrede gewoonte bij krijgsgevangenen de benen te verbrijzelen, een gewoonte die we overigens ook terugvinden in de verhalen over de latere Koning David.

De Hyskos stichtten in de Nijldelta hun hoofdstad Avaris. Na verloop van ongeveer een eeuw wist de vazalstaat Thebe zich onafhankelijk te maken en Admosis, hun farao, lukte het strijdwagens in te zetten. In 1567 v. Chr. valt hij de Hyksos aan. Deze verschansen zich in hun vesting Avaris. Hun leider Apepi (vgl. Mozes) weet tot een overeenkomst te komen met de farao. Hij bedingt een vrije aftocht naar Kanaän. Hier hebben we dus een van de bronnen van het Exodusverhaal, de vlucht uit Egypte! Men schat het aantal vluchtelingen op 20.000.

Vertelkunst

De Hyksos houden zich niet aan de afspraken. Ongeveer een eeuw lang trekken zij plunderend door het Land Kanaän. Een groot aantal dorpen en steden wordt verwoest. Farao Admosis organiseert een aantal campagnes maar pas in 1468 v. Chr. worden zij door Farao Tutmosis III in de slag van Meggiddo volledig in de pan worden gehakt en verdwijnen van het wereldtoneel. Van de naam Meggiddo is ons woord Armageddon (het laatste slagveld) afkomstig. Overlevenden trachtten een nieuw bestaan op te bouwen en vestigen zich ook in het bergland van Kanaän. Aanvankelijk hadden de verschillende Hebreeuwse stammen ieder een eigen stamvader, voor sommigen was het Abraham, anderen hadden Isaak of Jacob. Later zouden deze aartsvaderen in de verhalen een soort grootfamilie vormen. Verhalen over de komst naar Egypte en de verdrijving werden later samengevoegd met verhalen over de vlucht uit de slavernij en zo ontstonden verhalen als de Exodus, over God die Zijn volk bevrijdt uit de slavernij in Egypte. Schattingen geven aan dat rond het jaar 1200 v. Chr. het Hebreeënvolk bestaat uit ca.60.000 personen.

De wetenschap heeft geen enkele aanwijzing dat alle Joden ooit verenigd zijn geweest onder een koning. Qua grootte moet het rijk van David en Salomon beperkt zijn gebleven tot Jeruzalem met daar omheen een gebied niet veel groter dan de provincie Drenthe. De scheiding van het rijk van Salomon in het Noordrijk Israel en Judah in het zuiden behoort dus eveneens tot de Bijbelse mythologie. Pas rond de 6/7e eeuw v. Chr. worden de eerste verhalen op schrift gesteld en eindigt de prehistorie. Historisch gezien is “Het Oude Volk” dus nog vrij jong, maar het blijft een volk dat ons een indrukwekkend inzicht verschaft in de oude vertelkunst.

Niet historisch

“Na 70 jaar van wetenschappelijk onderzoek in het Land van Israël zijn archeologen tot de conclusie gekomen dat het bij de verhalen over de aartsvaders gaat om legenden; dat de Israëlieten niet naar Egypte zijn gekomen en dat er ook geen Exodus heeft plaatsgehad; noch hebben zij het Land Kanäan veroverd. Ook is er geen sprake van een groot rijk onder de koningen David en Salomon. Het geloof in de God van Israël was in die tijd onbekend. We weten dit inmiddels al jaren maar het Volk van Israël staat bekend om zijn koppigheid en is niet geïnteresseerd in feiten.”

Ze’ev Herzog in Ha’aretz Magazine, Israël, 29 oktober 1999



Plaats een reactie

    Artikel delen
  • Facebook
  • Twitter
  • Google+
  • Linkedin
  • Pinterest