Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views :

Overal boeddha’s

/
/
/
85 Views

Mariëlle Hageman: Overal boeddha’s. Uitgeverij Thoth, paperback, 224 pagina’s

‘En hoe ik geen verlichting bereikte,’ vervolgt de titel van dit boek waarin Mariëlle Hageman verslag doet van haar zoektocht naar verlichting. Dat een ‘ik’ per definitie geen verlichting kan bereiken, geeft al een hint over de afloop van dit avontuur, dat begint met het bijwonen van een lezing van een boeddhistische monnik. Zij merkt dat hier geen sprake is van een godsdienst of iets zweverigs, maar van een hele nuchtere en praktische ‘wetenschap van de geest’. Geluk blijkt uiteindelijk af te hangen van de toestand van je geest, en is alleen door verlichting te bereiken. Genoeg aanleiding voor haar om op een augustusdag een opgeruimd huis achter zich te laten, en beladen met uitsluitend rugzak en laptop op het vliegtuig naar Kathmandu te stappen. Haar avontuur en haar boek worden begeleid door acht verzen van Langri Thangpa, die een beknopte handleiding voor het dagelijks leven bevatten waarin aandacht voor het welzijn van anderen voorop staat, want eigenliefde en jezelf serieus nemen zijn de oorzaak van veel lijden en pijn.

Aangekomen in het klooster is het wel even schrikken als ze merkt dat monniken over auto’s en mobiele telefoons blijken te dromen, hun lessen over de definitie van een kalpa gaan, en velen van hen lange klassieke teksten uit hun hoofd leren. Daar kan ze weinig mee, en ze wil gewoon praktisch aan de slag. Wonder boven wonder komt ze in contact met dezelfde monnik waarvan ze indertijd een lezing heeft bijgewoond, en kan ze zelfs bij hem op zijn kantoor in het klooster aan de slag. Ze slaat aan het archiveren en organiseren, werkt aan de website en verricht diverse hand-en-spandiensten voor ‘de Monnik’, zoals ze hem steeds noemt. In het voorjaar van 2009 belandt ze middenin de commotie die ook in Nepal en elders in de wereld ontstaat na het door de Chinezen bloedige neerslaan van protesten in Tibet. Enkele maanden later bevindt ze zich in het gevolg van de Dalai Lama, als die een bezoek aan Frankrijk brengt. Zo leert ze niet alleen de spirituele kant van het boeddhisme kennen, maar ook de politieke repercussies van deze vreedzame leer.

Tussen meditaties en retraites door werkt ze zich uit de naad. Ze maakt ze veel vrienden en ontmoet lama’s en anderen die ze hoog aanslaat. Maar haar functie is en blijft, ondanks al haar pogingen daar helderheid in te krijgen, onduidelijk. Ook krijgt ze weinig zekerheid over haar financiën en visum, en raakt ze verstrikt in een netwerk dat uitpuilt van jaloezie, roddel en intriges. Dat had ze juist in deze kringen niet verwacht. Evenmin als mensen die boeddhistische beginselen opportunistisch gebruiken, zoals bij het rechtvaardigen van materiële rijkdom en spirituele status met goed karma. Of die er trots op zijn dat ze honderdduizend neerbuigingen hebben gedaan. Wat dit betreft, is haar wereld niet veel anders dan we bijvoorbeeld rond Osho in Poona en Rajneeshpuram mochten meemaken. Alsof alles goed zou komen als we maar bij de meester zijn, veel oefenen en ons correct volgens de regels gedragen. Alsof we daar steeds weer opnieuw op moeten stuklopen om, door schade en schande wijs geworden, te ontdekken dat de bron van vrede en bewustzijn uiteindelijk alleen in onszelf is te vinden.

En dat werkt. Want na diverse ziektes en crises gaan haar ogen open voor de realiteit waarin niet alle boeddhisten ideale mensen zijn, en de Monnik ook zijn gebreken heeft. Ze ligt weken lang op bed te huilen en te staren, en realiseert zich dat ze eigenlijk compassie had moeten hebben voor de anderen met wie ze zo vaak in de clinch lag. Ze beseft dat ze het voor zichzelf heeft verpest, onder andere door zelf ontslag te nemen, waarop de Monnik haar een lange mail stuurt: ‘De basis van de geest is puur bewustzijn en daar kan nooit iets mis mee zijn. Het kan alleen mis gaan met de inhoud, met de gedachten en gevoelens die in je opkomen. (…) Je moet je realiseren dat uiterlijke omstandigheden niet bepalend zijn voor je geluk. En innerlijke omstandigheden zijn het werk van de geest en wat de geest heeft veroorzaakt kan de geest ook weer ongedaan maken.’ (p. 196-197) Maar voor dit besef is maar al te vaak een lang pad van vallen en opstaan nodig, en daarvan getuigt dit eerlijke verslag van een spirituele reis.

Satyamo Uyldert



Plaats een reactie

    Artikel delen
  • Facebook
  • Twitter
  • Google+
  • Linkedin
  • Pinterest