Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views :
img

Het mooiste verhaal van mijn leven

/
/
/
89 Views

Is er leven, of zijn er levens, na de dood? Lars Faber ontdekte zijn eigen waarheid door zijn eigen kinderen.

Door Lars Faber

Ik herinnerde mij vele vorige levens: één, twee, drie, vier, vijf geboortes… vijftig, honderd… honderdduizend, in allerlei tijdperken. Ik wist alles over deze geboortes: waar ze hadden plaatsgevonden en in welk gezin, hoe ik heette, en wat ik had gedaan. Ik beleefde het geluk en ongeluk van elk leven en elke dood weer opnieuw, en kwam steeds opnieuw tot leven. Op deze manier herinnerde ik mij talloze vorige levens, exact met al hun eigenaardigheden en omstandigheden. Deze kennis vergaarde ik in de eerste uren van de nacht.

De kenner weet wellicht al dat deze woorden niet uit het mooiste verhaal van mijn leven komen, maar afkomstig zijn van Prins Gautama, Boeddha voor intimi. Het zijn woorden die boeddhisten een onwrikbaar geloof geven in het bestaan van reïncarnatie. Als kind had ik al een onstilbare honger naar kennis omtrent de dood. Ik groeide atheïstisch op, wat er in elk geval voor zorgde dat ik geen genoegen nam met halve waarheden en religieuze zoethoudertjes. Maar echt gemakkelijker werd het er niet door, want: is er nu wel of geen leven na dit leven? Rond mijn pubertijd begon ik boeken van Raymond Moody en Elisabeth Kübler-Ross te lezen, wat mijn nieuwsgierigheid alleen maar meer aanwakkerde. De talloze getuigenissen van mensen die de dood overleefden en terugkwamen met verhalen over helderwit licht en liefdevolle mensen aan het eind van de tunnel raakten mij diep. En toch zit er een onvermurwbare scepticus in mijn geest geïmplanteerd, die weinig of niets gelooft wat hij niet zelf ervaren heeft. En die in die ervaring naar logische verklaringen blijft zoeken, en net zo lang blijft doorspitten totdat ik mijn eigen ongelijk heb bewezen. Zo lukte het mij al vroeg om de meeste broodjes aap en Uri Geller’s van deze wereld te ontmaskeren. Maar de prangende kwestie rond de dood bleef knagen, en het klokje tikte door!

Bijna dood

Er kwam – letterlijk – wat licht op de zaak toen ik innerlijke reizen ging maken met behulp van Ayahuasca, de liaan van de zielen, afkomstig uit het Amazonegebied. Deze heilige thee gaf mij een onvervalste ervaring van het helderwitte licht, dat in de meeste grote wereldreligies is beschreven en vaak wordt gerapporteerd bij bijna dood ervaringen. Ook maakte ik tijdens een reis mijn eigen toekomstige dood mee. Iedereen was al druk over ditjes en datjes aan het keuvelen terwijl ik daar in mijn kist lag, bij vol bewustzijn. Hallo! Wist niemand dan dat ik er nog was, terwijl ik daar voor dood lag? Klaarblijkelijk niet, want de gesprekken over hypotheken en vakanties gingen gewoon door. De enige die bedroefd rond de kist stond was een jonge man die ik als mijn zoon identificeerde. Beetje vreemd, aangezien ik geen kinderen had. Toen ook hij zijn rug naar mij keerde, kon ik loslaten en verliet ik mijn lichaam. Wat een bevrijding! Alle verdriet en eenzaamheid vloeide weg, er was alleen nog pure gelukzaligheid.

En zelfs deze intense ervaringen hebben mij niet kunnen overtuigen van het bestaan van vorige of toekomstige levens. Ayahuasca is een krachtig middel en wordt ook wel liaan van de dood genoemd. Het is een prachtig medicijn, dat mij van diepe zielenpijn heeft bevrijd en mij heeft geopend voor het leven. Maar het blijft een ervaring in de geest. Oké, ik was er even uit. Maar was dat echt zo? Toegegeven, ik voelde mij herboren. Maar niet overtuigd. En toch geloof ik onwrikbaar in het bestaan van vorige en volgende levens. Dat komt door het mooiste verhaal van mijn leven. Zo’n verhaal dat als iemand anders mij dat zou vertellen, het mij waarschijnlijk een meewarige glimlach op zou leveren. Ik vind het dus niet erg als jij het niet gelooft, hoor.

Tobias

Ik herinnerde mij het verhaal der verhalen weer, toen mijn zoontje Tobias vorige week vroeg: ‘Waarom hebben jullie mij eigenlijk Tobias genoemd?’ ‘Zoontje?’ zul je wellicht denken, ‘ik dacht dat je geen kinderen had?’ Dat was ook lang zo. In mijn vorige huwelijk bleef ik kinderloos, na jaren van proberen, kunstmatige inseminaties en god weet wat voor ingrepen nog meer. Doktoren onderzochten mijn zaad en bestempelden het als ‘Surinaams’. Lui dus. En niet geschikt voor voortplanting. Ik legde mij daarbij neer, ook omdat ik niet het idee had dat ik een geschikte vader zou zijn. Er was op zijn zachtst gezegd, nog wel wat karma weg te werken. Toen Tobias naar de herkomst van zijn naam vroeg, kwam het allemaal weer terug. ‘Zo hebben wij je niet genoemd,’ antwoordde ik, ‘zo heb jij jezelf genoemd.’ Het vierjarige mannetje keek licht geamuseerd naar me en glimlachte, alsof hij het zich voor aan het stellen was.

Viereneenhalf jaar geleden stonden Tanja, mijn huidige vrouw, en ik aan het strand. Ik had mij andermaal door doktoren laten onderzoeken. Ondanks een gezondere levensstijl was de uitkomst van het zaadonderzoek nog altijd: ‘Surinaams’. Tanja bleek ook verminderd vruchtbaar en was in haar 14 jaar lange relatie voor de onze, ook kinderloos gebleven. We legden ons erbij neer en namen ons voor álles uit het leven te halen wat er in zat. Je leeft tenslotte maar twee keer: een keer overdag en een keer ’s nachts. We maakten vooral het nachtleven onveilig. Tanja vroeg mij ten huwelijk, ik zei volmondig ‘ja’ en we besloten in Costa Rica te trouwen. We zaten een maand in de jungle en op een dag besloot Tanja met de twee getuigen wat rond te rijden in een landrover. Ik bedankte voor de hobbelige eer en nam mij voor een middag in de jungle te mediteren.

Tranen

Ik sloot mijn ogen en kwam vrijwel ogenblikkelijk in een diep ontspannen bewustzijnsstaat. Een lichtflits deed zich aan mijn ogen voor, en een zacht stemmetje vroeg: ‘Wil jij mijn pappa worden?’ Mijn hart brak, even schoot ik er bijna uit door allerlei emoties die zich aandienden, maar gelukkig kon ik bij de ziel blijven die zich aandiende en antwoordde: ‘Ja!’ Flits, weg was de ziel. De tranen stroomden over mijn wangen en ik was in de war. Wat was dit? Mijn verlangen? Een droom? Toen Tanja terugkwam van haar hobbelige excursie nam ik haar direct apart en zei: ‘We gaan een kindje krijgen’ Ook bij Tanja stroomden de tranen rijkelijk. De volgende dag maakten we een wandeling door de jungle naar het strand en in een flits meldde de ziel zich weer bij mij. Bij klaarlichte dag, bij vol bewustzijn, vertelde hij mij: ‘Oh ja, ik heet Tobias.’ De dagen erna bleek Tanja over tijd, iets wat wel eens vaker gebeurde. Er bleek geen apotheek in wijde omgeving te vinden. Pas na twee weken kwamen we op een plek waar we een zwangerschapstestje konden kopen. Toen ik naar boven liep om een wekkertje te pakken om te kunnen klokken, kwam de ziel opnieuw bij mij en vroeg: ‘Ben je bereid om je gaven voor mij op te geven?’ Ik had geen idee wat hij bedoelde, en antwoordde maar ‘ja’. ‘Je mag nooit je gaven opgeven, nooit, ’ zei hij en weg was hij weer. Ik kwam weer met tranen in mijn ogen beneden, vertelde het verhaal aan Tanja en zei dat ze het testje niet meer hoefde te doen, dat we hoe dan ook een zoontje zouden krijgen. Ze deed de test toch en bleek zwanger. Acht maanden later werd Tobias geboren.

Wat later kreeg Tanja een visioen en zag ons met twee kleine jochies door de branding rennen. Wat later, tijdens een van haar Ayahuascareizen diende zich bij haar een zieltje aan, die vroeg: ‘Wil jij mijn mamma worden?’ Tanja was wat te gretig en vroeg: ‘Ben je een jongetje of een meisje?’ Flits, weg was – wat later bleek – hij! Een jaar later was ook Joshua bij ons. Voor Josh – zoals hij toen nog niet heette ­– bedachten we aanvankelijk zelf een naam. Hij gaf mij door dat die naam niet bij hem hoorde, maar dat het Joshua moest zijn. Later ontdekten we dat het allebei Hebreeuwse namen zijn. ‘God is goed’ en ‘God is de verlossing’ betekenen hun namen respectievelijk. Wat de diepere betekenis van dit alles is, weet ik (gelukkig!) niet, maar het is op zijn minst een leuke knipoog van God naar een geboren atheïst. Die geen twijfel meer heeft over het hiernamaals. En vol overtuiging en dankbaarheid leeft in het hier-nu-maals.

Lars Faber is auteur van boeken als De Gewijde reis, De Heldenreis en Samoerai Communicatie. Info: www.degewijdereis.nl.



Plaats een reactie

    Artikel delen
  • Facebook
  • Twitter
  • Google+
  • Linkedin
  • Pinterest