Vorige levens? Of toch een andere verklaring?
Onderzoek Haraldsson bewijst niets, maar wijst wel in een richting
Onlangs was prof.dr.Erlendur Haraldsson te gast op het Parapsychologisch Instituut te Utrecht en gaf een lezing over zijn veldonderzoek naar kinderen met reïncarnatieverhalen. Tevens onderzocht hij als psycholoog hun persoonlijkheidskenmerken. Marisca van der Burgh – sceptisch tegenover reïncarnatie – reflecteert.
Door Marisca van der Burgh
Ik geloof er zelf niet zo in dat we lichaamshoppers zijn. Maar ik besloot met een open mind te gaan luisteren naar Haraldsson. Zijn onderzoek betrof kinderen in Sri Lanka en Libanon, waarbij de Sri Lankese kinderen voornamelijk boeddhist waren (90%), een klein percentage christen (6%), 3% moslims en maar 1% hindoe. In Libanon ging het om kinderen uit druzenfamilies.
Relevant voor het onderzoek was uiteraard wat de kinderen zelf vertellen. Meteen valt op dat de betreffende kinderen dat al doen vanaf ruim een jaar of twee. Dus als ze een aardige woordenschat hebben ontwikkeld beginnen ze meteen dingen te zeggen als: “Jij bent mijn moeder niet, ik heb toch een andere moeder?” Of (een heel brutaal Libanees jongetje): “Poeh, mijn vrouw was veel knapper dan jij” (tegen zijn eigen moeder). Natuurlijk moesten andere naaste getuigen (meestal familie en naaste vrienden) gehoord worden over wat er allemaal beweerd is door die kinderen in de loop der jaren. De uitspraken moesten historisch gecheckt worden. Konden kinderen iets van anderen gehoord hebben? De betrouwbaarheid van de getuigen moet worden getest. Relevante documenten van “het vorige leven” moeten worden nagevorst.
Gewelddadig
Wat uit de meerderheid van de verhalen duidelijk wordt, is dat de vorige levens eindigden in een gewelddadige dood: door een verkeersongeluk, een gewapend gevecht of een moord. Wat ook opvalt, is dat de kinderen zich niet helemaal thuis voelen in het huidige gezin, altijd op zoek gaan naar hun vorige ouders, ze maken vaak zelfs geen onderscheid tussen het vorige leven en nu (als ze nog jong zijn). Ze hebben vaak opvallende psychologische trekken, en in de meeste gevallen vertonen ze al heel jong kenmerken van een Post Traumatische Stress Stoornis. Sommigen hebben geboortevlekken op hun lichaam waar in het vorige leven de dodelijke verwonding was opgelopen. In sommige gevallen kunnen politierapporten of artsen dit bevestigen vanuit hun dossiers.
Haraldsson toont twee duidelijke casussen van een jongen uit Libanon en een meisje uit Sri Lanka. In beide gevallen zijn er nog nabestaanden van de overleden man (in beide gevallen) teruggevonden die zeer veel details konden bevestigen die deze kinderen hadden verteld. Opvallend is dat deze kinderen nogal opschepperig doen over hun vorige leven, alle twee. Een beetje machomannen waren het, die vonden dat ze de beste waren in hun vak en het geweldig deden. Tot ieders verbazing wisten de kinderen heel persoonlijke dingen te vertellen die helemaal nog niet eerder bekend waren, maar die de nabestaanden aan hen vroegen als een soort test.
Maar wat betekent dat nou?
Waar de onderzoekers naar keken was of hier sprake kon zijn van een fantasy prone personality. Dit is een persoonlijkheidsstructuur van mensen die erg hypnogevoelig zijn, snel open staan voor suggestie en een buitengewoon rijke fantasie blijken te hebben. Deze mensen beweren nogal makkelijk dat ze helderziend zijn, maar dat wordt zelden echt bevestigd door anderen. Uit psychologisch onderzoek bleek dat bij de betrokken kinderen juist niet het geval. Uiteraard moest ook onderzocht worden of hier sprake zou kunnen zijn van fraude, dit is er zeker ook uitgezeefd. Dan zijn er natuurlijk nog de andere verklaringsmodellen: retro-cognities, oftewel het zeer gevoelig en ontvankelijk zijn en daardoor helderziend zijn over het verleden. En dan heb je nog het verklaringsmodel van “bezetenheid” of “overschaduwing”. Het kind is dan om de een of andere reden door de ziel van degene die is overgegaan “in beslag genomen” omdat de oude ziel zijn dood niet kan accepteren.
Van alle verhalen die onderzocht zijn, is een derde deel bevestigd door historisch feitenonderzoek. Wat daarbij ook opviel was dat er tussen het overlijden in het vorige leven en de geboorte van het onderzochte kind vaak maar twee jaar zit. De verklaring die Haraldsson geeft is dat er waarschijnlijk sprake is van “unfinished business”.
Voor veel mensen zullen deze en andere feiten die uit dit onderzoek naar voren zijn gekomen, meer dan voldoende basis geven om te geloven in reïncarnatie in zijn vele verschillende interpretaties.
Dissociatieve kenmerken
Het meest opvallende psychologische kenmerk bij deze kinderen echter, naast allerlei voornamelijk sociale problemen zoals zich verder ontwikkeld voelen dan leeftijdsgenoten, zeer goed kunnen leren, erg gevoelig zijn en daardoor ook vaak gepest op school, is dat deze kinderen allemaal een neiging hebben tot dissociatie.
En daar begon bij mij de alarmbel te rinkelen. Want dissociatie hoort bij een meer schizoïde karakterstructuur (niet verwarren met schizofrenie), een neiging om uit de realiteit weg te willen, meerdere persoonlijkheden te kunnen ontwikkelen. Dit kan een gevolg zijn van een bedreigende levenssituatie. In het Westen is een schizoïde karakter vaak verbonden met allerlei vormen van huiselijk geweld of incest. Mijn theorie is dat in landen zoals Sri Lanka en Libanon, waar het leven totaal andere merites heeft en men lang zo veilig niet opgroeien kan als hier in Nederland, een kind met een gevoelige aard al snel zich uit het hier en nu zou kunnen terugtrekken in een mechanisme van zelfbescherming. Deze conclusie werd door Haraldsson niet zo expliciet getrokken, maar met de diagnose dissociatieve neigingen wel impliciet mogelijk gemaakt. Een van de verklaringen voor deze neiging tot dissociëren die naar voren werd gebracht was dat dit een gevolg kon zijn van de gewelddadige dood aan het eind van het vorige leven.
Liever retro-cognitie
Hier kom ik op een punt waarvan ik vind dat dit een aanname is die het verhaal sluitend kan maken. Maar een ander paradigma schiet mij hier toch ook te binnen. Pim van Lommel stelt als hypothese (= een mogelijke theorie als uitgangspunt, zonder dat dit al bewezen is) in zijn boek “Eindeloos Bewustzijn”, dat onze hersenen foutief gezien worden als een soort van “database” van vlees en bloed. Een opslagsysteem waar onze software als mens voor een deel in is opgeslagen en ons geheugen. Van Lommel geeft aan dat er eigenlijk meer aanwijzingen zijn dat dit helemaal niet zo is, maar dat onze hersenen een soort zender – ontvangerstructuur hebben, waarbij we in ons bewustzijn in staat zijn veel op te pikken van wat er om ons heen “opgeslagen” is. Volgens Van Lommel is het onmogelijk om al onze kennis in ons brein “op te slaan”, dat zou niet passen, aldus zijn theorie. Hieraan ligt een uitgebreide gedachtegang ten grondslag die bij de Veldtheorie van Lynn MacTaggart en de onderzoeken van Rupert Sheldrake begonnen. Wie daar meer van wil weten, moet het boek van Van Lommel nog maar eens lezen.
Wanneer ik mij aansluit bij deze visie, dan komt de uitleg dat reïncarnatieherinneringen een vorm van retro-cognitie zijn, ineens dichter bij een verklaring. Dan kan het brein, het geheugen van een erg gevoelig en intelligent kind dat in een spannende omgeving wordt geboren, ontvankelijk worden voor gebeurtenissen en de zielen van overledenen om zich heen. Misschien is er een speciale ontvankelijkheid in hun karakterstructuur? Een vraag die voor mij nog onbeantwoord blijft.
Aan het eind van de avond vroeg iemand uit het publiek wat dit nu echt is, wat het betekent. Haraldsson geeft aan dat deze significante gevallen mogelijk in de richting kunnen wijzen van reïncarnatie. De vraag is wat reïncarnatie dan is. Mijn twijfels en vragen hierover zijn niet echt weggenomen deze avond. Maar interessante materie die tot nadenken uitnodigt, is dit wel.
Wie meer wil lezen over het onderzoek van Erlendur Haraldsson vindt alle verhalen en uitleg van zijn kant op zijn website.