Welke Jezus van de drie?
Wat je van Jezus vindt zegt vooral iets over jezelf. Want het aantal Jezus-interpretaties en –beelden is groot. Peter van Kan ziet daarin ruwweg drie benaderingen van Jezus.
Door Peter van Kan
Van Jezus van Nazareth bestaan vele verschillende beelden. De een denkt bij de naam aan een blauwogige ariër die met een smartelijk gezicht op zijn hart wijst, de ander aan een ruige revolutionair waar later een godsdienst omheen werd bedacht, weer een ander aan een Esseense ingewijde die getrouwd was met Maria Magdalena.
Is het aantal opvattingen groot, de wegen waarlangs een persoonlijk beeld van Jezus tot stand komt, zijn grofweg in drieën in te delen. Hieronder een toelichting plus commentaar op elk van deze drie.
1. De gelovige benadering. Kort samengevat leidt deze benadering tot een beeld van Jezus als de Zoon van God. Hij kwam op aarde om de mensheid te bevrijden van de zonde. Zijn optreden als Messias (Verlosser) was voorspeld in wat wij het Oude Testament noemen.
Er is op zichzelf niets, niet in de Bijbel en niet in de wetenschap, dat deze visie weerspreekt. Zeker niet als de term ‘Zoon’ niet letterlijk maar metafysisch wordt opgevat. Dat onze wereld ‘gebroken’ is en er dus iets te herstellen valt, zien we om ons heen en ervaren we in onszelf. Het idee dat de Bijbel het Woord van God is en alles wat er in staat per definitie waar is, valt wel te weerspreken. Nog afgezien van de nodige tegenstrijdigheden in de teksten, kan van bepaalde passages in zowel het Oude als het Nieuwe Testament met zekerheid gezegd worden dat ze niet historisch zijn.
2. De intuïtieve benadering. Rudolf Steiner ‘schouwde’ in de geesteswereld; Jacob Lorber schreef boeken vol met informatie die hij ‘doorkreeg’; het aantal ‘gechannelde’ boeken over Jezus dat wereldwijd verschijnt, stijgt met de week; ‘indrukken’ van reizigers en schrijvers vinden hun weg naar boeken over Essenen en Magdalenen. Etcetera.Teksten van deze soort kunnen inspirerend zijn. Ze geven een andere kijk op de figuur Jezus en helpen zo de lezer om los te komen van clichébeelden. Er zijn wel twee problemen met de intuïtieve benadering. Het ene is dat er van de gedane beweringen vrijwel niets te controleren valt. Het andere is dat de vele verhalen niet met elkaar overeenkomen. Voeg daarbij dat schrijvers van dit soort boeken nogal de neiging hebben om hapsnap anderen te citeren (Rudolf Steiner aanhalen in verband met inwijdingen, maar weglaten dat hij stelde dat Jezus geen Esseen was). En dan heb je nog de menselijke eigenschap om te willen geloven wat ons aanspreekt.
Het resultaat is dat menigeen overtuigingen koestert aangaande Jezus die net zo gefundeerd zijn als het idee dat mensen en dinosauriërs tijdgenoten waren. De stelligheid waarmee beweringen uit gechannelde boeken worden herhaald, is vaak omgekeerd evenredig aan de kennis van het historisch onderzoek naar Jezus. Waarmee we in feite terug zijn bij de ‘gelovige benadering’.
3. De wetenschappelijke benadering. Spinoza was de eerste die stelde dat Mozes onmogelijk de auteur van zijn reisverhalen kon zijn. Daarna durfden enkelen voorzichtig vraagtekens te plaatsen bij het idee dat de Bijbel alleen maar werkelijkheid beschrijft. Pas tegen het einde van de 19e eeuw barstte het onderzoek naar de historiciteit van Jezus goed los. Taalkundigen, archeologen en (kunst)historici zetten zich aan de taak om, los van geloof en theologie, boven water te halen wat er in het leven van Jezus echt gebeurd kon zijn en wat niet. Het leverde duizenden boeken en veel inzichten op.
Voor wie graag dicht bij Jezus komt, is dit een benadering die zowel frustrerend als bevredigend kan zijn. Frustrerend, omdat er over Jezus betrekkelijk weinig met een grote mate van waarschijnlijkheid gezegd kan worden. Bevredigend, omdat de figuur die opdoemt er een van vlees en bloed is. Die Jezus kan daardoor dichterbij voelen dan zowel de wonderen rondstrooiende, moreel superieure Zoon van God van de kerk, als de in oude mysteriën ingewijde meester van de channelaars.
Opvattingen
Hieronder een aantal opvattingen en inzichten aangaande Jezus, waarover onder wetenschappers een redelijke mate van consensus bestaat.
– Niets is zeker. Daarvoor zijn er te weinig vroege bronnen. Zeer waarschijnlijk is dat Jezus gedoopt werd door Johannes, rondtrok als genezer/exorcist en stierf door kruisiging. Waarschijnlijk paste zijn boodschap van rechtvaardigheid en naastenliefde (als uiting van liefde voor God) in de Joodse religieuze traditie. De manier waarop hij deze bij de mensen bracht – o.a. maaltijden onder het motto ‘breng wat je hebt en deel het’ – vormde een bedreiging voor de Romeinse sociale orde. Zijn intieme relatie met God was bedreigend voor de Joodse religieuze elite, de Sadduceeën.
– Van de diverse religieuze stromingen binnen het Jodendom van zijn tijd, stond Jezus inhoudelijk het dichtst bij de Farizeeën. Er is geen enkele aanwijzing dat hij iets met de Essenen te maken had. Gezien zijn vrijmoedige manier van optreden, is dat ook zeer onwaarschijnlijk. De Essenen leefden volgens strikte regels. Het beeld van vroege hippies die in witte gewaden vredig door hun moestuinen liepen, is een karikatuur. Essenen beschouwden zichzelf als de enigen die de juiste weg volgden en keken neer op de ‘onzuivere’ Joden. Wie de regels brak werd verbannen en wie verraad pleegde werd, jawel, gekruisigd.
– Na Jezus’ dood bleven zijn volgelingen in Jerusalem de eerste decennia gewoon Joods, totdat zij na de mislukte opstand tegen de Romeinen door het Joodse establishment als zondebok werden gebruikt. Dit verklaart waarom in de latere evangeliën de toon jegens de Joden negatiever is dan in de vroegere.
– Van de uitspraken die in de Bijbel aan Jezus worden toegeschreven, is van slechts ongeveer een kwart waarschijnlijk dat hij ze ook gedaan heeft. De rest ‘misschien’ en ‘waarschijnlijk niet’. Er bestonden de eerste eeuwen een stuk of vijftien verschillende versies van het christendom. De versie die wij nu kennen, is meer door Paulus vormgegeven dan door Jezus.
– Voor een huwelijk tussen Jezus en Maria Magdalena is in de teksten van de eerste twee eeuwen geen enkele directe aanwijzing te vinden. Wie dat laatste een onverdraaglijk mannelijke gedachte vindt, kan zich troosten met het feit dat er wel bewijs is dat het gewone Joodse volk naast Jahweh ook een godin vereerde.
Peter van Kan is schrijver, muzikant en meditatieleraar. Meer: www.petervankan.com.
Reageren? Graag!