Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views : Ad Clicks : Ad Views :
img

Kan ik nog met je praten?

/
/
/
12 Views

In de coronatijd heb ik geleerd dat het soms verstandiger is in het publieke domein mijn mond te houden over wat ik ‘ervan vind’. Waarvan? Van de intenties van de regering. Van de boosheid bij veel mensen over wat hen is overkomen door de overheidsmaatregelen. Van de mogelijke machinaties achter de schermen van het wereldtoneel. Van de media. Van de farmaceutische industrie. Maar nu de hitte enigszins uit de coronadiscussie is, wil ik er toch op reflecteren. Kan ik nog met je praten?

De aanleiding zijn enkele uitzendingen (deel 1 en deel 2) van de EO-televisieserie op NPO getiteld “Dit is de kwestie”. Thijs van den Brink doet in enkele afleveringen aan soulsearching. Hij streefde en streeft er als journalist en presentator van de dagelijkse talkshow Op1 naar om een evenwichtig en informatief programma aan de Nederlandse kijker te presenteren, nu en ook in de coronatijd (van januari 2020 tot en met januari 2022).

Maar dat is hem volgens de geïnterviewden beslist niet gelukt. Hij hoorde voor “Dit is de kwestie” programma verschillende deskundigen aan die hij op de man of vrouw af vroeg om hun mening over hem als mediamens en journalist te geven, als waakhond van de democratie. En dan vooral ook over de keuzes die hij met zijn redactie maakte over hoe de informatiestroom rond corona inhoud te geven.

De algemene teneur: Thijs krijgt een onvoldoende. Hij had maar liefst 60 keer Ab Oosterhuis als gast in zijn programma tegenover maar enkele critici. Dat vonden de nu ondervraagde feedbackgevers niet in balans.

Een paar uur lang keek ik naar een journalist die de taart als verwijt herhaaldelijk in het gezicht gesmeten kreeg, maar die aan het einde van het programma “nog niet overtuigd was” iets verkeerd te hebben gedaan.

Jij hebt bijgedragen aan de tweedeling in de samenleving, smijt Maurice de Hond hem retrospectief voor de voeten. Arme Thijs, geframed in zijn eigen mediabubbel, kan hij de tegenstem nog steeds niet horen. Horende doof, ziende blind?

Zoekmachines

Dit programma laat mijns inziens belangrijke factoren zien die het gesprek over de rol van de overheid en de media in de coronakwestie vrijwel onmogelijk lijken te maken. Ik licht er een paar uit: de kloof tussen de media en ‘het volk’ (tegenwoordig dikwijls aangeduid met ‘praktisch opgeleiden’), de rol van zoekmachines op internet en de veel grotere ontwikkeling dat de mondiale cultuur steeds complexer wordt in vooral het stedelijke deel van de eerste wereld.

Om met dat laatste te beginnen: ‘gewoon’ even iets administratief regelen, wordt steeds moeilijker, om het woord onmogelijk niet te gebruik. Van een bankrekening tot een doktersbezoekje: inloggen, wachtwoorden zoeken (en vervolgens niet meer vergeten!), identificeren, evalueren, bevestigen en als het niet lukt moet het allemaal opnieuw. Onlangs heb ik nog een uur nieuwe wachtwoorden geprobeerd te formuleren op een speelgoedsite om een speeltje voor mijn kleinzoon te bestellen. De ‘computer’ vond telkens mijn wachtwoord niet goed (lees: veilig) genoeg. We leven met steeds meer mensen samen met steeds meer omgangseisen, met steeds meer technieken, met steeds meer bewustzijn steeds dichter bij elkaar. Dat vraag steeds meer mini-afspraakjes, regeltjes, gewoontes, ongeschreven procedures en een steeds subtielere finetuning van onze identiteit om herkenbaar te blijven voor onze eigen tribes, werk, familie, buurt, regio etc. Het verschil in omgangsvormen tussen mensen in de provincie en bijvoorbeeld de hoofdstedelijke omgangscultuur is daardoor steeds groter, om van onoverbrugbaar groot tussen inwoners uit verschillende continenten nog maar te zwijgen.

‘Linkse media’

Een andere trend is dat – doordat mediamensen vaak tot die culturele – zelfbenoemde – bovenlaag van weldenkende westerse en urbane mensen behoren, ze door populisten als ‘linkse media’ worden gekarakteriseerd. Daar schijnt een kern van waarheid in te zitten: kritische journalisten en grachtengordelcelebrities blijken opvallend vaak genuanceerd(er) over maatschappelijke problemen te denken dan inwoners uit de ‘rurale” gebieden. En genuanceerd leest volgens diezelfde ‘praktisch opgeleiden’ als ‘geen idee van wat er werkelijk speelt’ of ‘ontkennend’. De makers van de mainstream media verkondigen zo een visie op de werkelijkheid die, hoewel naar eigen zeggen ruimte biedend aan de complexiteit van vraagstukken, toch steeds vaker in de beleving van grote doelgroepen, vooral een eenzijdig beeld geeft. Een belangrijk argument hiervoor vormen de ‘verrassende’ uitkomsten de laatste jaren van verkiezingen zowel in Europa als in de VS. Fortuyn, Trump, Baudet, Le Pen, Van der Plas en nu Wilders haalden grote bevolkingsgroepen over om op hen te stemmen. De verrassing zat vooral bij die mediamensen. De burgers waren het beleid blijkbaar al massaal zat. Deze stemmers leefden al in een andere werkelijkheid dan die hoofdstedelijke. Ook de coronakwestie gaat op verschillende manieren door de zielen van deze elkaar niet meer begrijpende subculturen. Geen groter universeel menselijk drama dan dat we elkaar niet kunnen begrijpen waar de ander afwijkt van onszelf. Over niet met elkaar kunnen praten gesproken…

Hoe is het mogelijk, zoveel stemmen op Wilders?! Dat begrijpt ook Thijs van den Brink niet, net als zijn faux pas als de talkshowhost die, ondanks de vele kritiek toch Ab Oosterhuis als coronadeskudige aan tafel op tv uitnodigde. En niet een keer of meerderde malen, maar maar liefst zestig keer. Hoe immuun kan je zijn voor kritiek?

Het staat op internet

En dan tenslotte de finishing touch van de kloof die ons in onze maatschappelijke verhoudingen van binnenuit verdeelt: de algoritmes van zoekmachines. Mijn google en jouw google scheppen voor ons beiden verschillende werelden. Als ik op ‘zwaarden’ google, krijg ik allerhande tarotsites in de zoekresultaten. Want daar keek en zocht ik vaker. Maar als jij dat intypt, krijg je als niet-geïnteresseerde in tarot iets anders: sierzwaarden, antieke voorwerpen, ridderkastelen, whatever: de werkelijkheid die je online treft sluit aan op jouw oriëntatie. Dat ontstaat niet op één middag, maar bouwt zich online op op accountniveau. Als ik iets over corona wil weten, vind ik zeer waarschijnlijk daardoor andere informatie dat jij. En dat algoritme van de zoekmachines en social media is getraind op extreme, onthullende en sensationele informatie omdat dat mensen tot klikken en kijken verleidt. Eenmaal in die fuik komt de vis er nooit meer uit. Er is steeds iets nieuws als het gaat om sensationeel nieuws…

In menige discussie of dialoog hierover klinkt op enig moment dan ook steevast: “Maar het staat óveral op internet”. Ik vind het niet. En wat dat “wetenschappelijk onderzoek” van die “goeie professor van Harvard” ook aan onthullends te vertellen heeft, hij blijft een weliswaar goed onderbouwde eenzame stem in de woestijn. Er zijn veel van die eenzamen, een heel leger misschien wel. Met alle volgelingen vormen ze een flinke bevolkingsgroep. Die niet volgens de actuele regels van de hoofdstedelijke cultuur en ook niet via de juiste mediamensen en -kanalen gehoord kunnen worden.

Waardeconflict

Zo ontstaat een subcultuur. Van ‘wappies’, ongevaccineerden, critici en andere ‘gele hesjes’. Dat wordt al snel een beweging met een eigen groepsidentiteit, woorden en intenties.

De ánderen begrijpen hen niet. Maar zij begrijpen wel die anderen, zeggen ze. Neem daarbij nog dat de overheidsmaatregelen – bar slecht of zelfs niet eens onderbouwd – de fysieke integriteit schenden doordat je iets in je lichaam móet laten spuiten, dan is de polarisatie opeens een onoverbrugbaar waardeconflict geworden. Ja, de overheid maakt geen haast met de grondige evaluatie van het eigen handelen. Ja, de critici daarvan waren dikwijls extreem in hun standpunten die ook niet altijd goed onderbouwd waren.

Ik begrijp je niet meer

En zo drijven we met al onze communicatiemiddelen en -kanalen – ook al zo’n toegenomen stuk maatschappelijke complexiteit – steeds verder uit elkaar. We kunnen elkaar niet meer verstaan. Jouw werkelijkheid is niet de mijne en die van jou begrijp ik maar gedeeltelijk, en dus onvoldoende.

Daarom houd ik zelf liever mijn mond. Want liever je onbegrijpelijke mening te horen en met je in contact te zijn, dan je af te wijzen omdat je standpunten niet met de mijne overeenkomen. En dan ook te beseffen dat ik dit niet vanuit een superioriteitshouding doe, maar vanuit een oprecht niet-weten. Ik vertrouw jouw media niet, dat klopt. Maar die mainstream media van mij geloof ik ook niet (altijd?), al heb ik soms wel wat indirecte argumenten om de ene bron, ook die eenzame roependen in de woestijn, iets meer te vertrouwen dan de andere.

Ben ik daar blij mee? Nee.

Mijn conclusie? Laten we toch blijven proberen om met elkaar te blijven praten en het oordeel over elkaar uit te stellen.

Ewald Wagenaar

Fotoverantwoording: still uit de NPO-serie “Dit is de kwestie’.


Tags:
Meer van:

Plaats een reactie

    Artikel delen
  • Facebook
  • Twitter
  • Google+
  • Linkedin
  • Pinterest