De ziel van alles
Onze vaderlandse filosoof Baruch Spinoza kreeg het in de 17e eeuw aan de stok met zijn religieuze wortels. De Amsterdamse Joodse kerkautoriteiten vonden zijn afwijzing van ieder geloof in wat voor boek of naam dan ook, verwerpelijk en deden hem doodleuk in de ban. Omdat ook de protestanten in de hoofdstad niet veel heil zagen in zijn antiautoritaire religiositeit, maakte Spinoza als pientere en jonge twintiger zich uit de voeten en ging het land uit.
Wat Spinoza nu precies bedoelde met Natuur als leidend principe (en dus niet als ‘sturende Godheid’ of iets dergelijks) is nog steeds bron van academisch en filosofisch onderzoek. Ni Dieu, ni Maître, zogezegd, niks heerszuchtig bazig of liefhebbend opperwezen. Maar een bezieling van alles wat is. Wat dat dan is, onttrekt zich aan onze rede; ons verstand kan het niet bevatten en de geest kan het ‘concept’ niet grijpen. Is er dan niks? Nou, eh, ja en nee. Ja, er is geen God zoals we die al millennia in miljarden verschijningsvormen als gesneden beelden in onze verbeelding hebben proberen te nestelen. Het in de menselijke verbeelding gevormde godconcept is zinloos gebleken, nutteloos en zelfs erg schadelijk voor de mensheid. Nee, er is wel ‘wat’, een iets-niets misschien, een machinatie wellicht van heel het bestaan. Er zit een ziel in alles. Maar waag het niet deze te proberen te benoemen als poging de waarheid te vatten. Dat is kansloos en gegarandeerd onwaar. En dat vinden de religieuze scherpslijpers van – vooral – de drie monotheïstisch wereldgodsdiensten natuurlijk onverdraaglijk.
De Natuur herbergt zelf de maker ervan. De maker van de Natuur is in de Natuur zelf, hetzij het bos hetzij je eigen bloembak, kantoor of wat dan ook. Dit gefilosofeer is iedere sjamaan of sjamanist niet vreemd, al vindt men onder hen ook wel eens visies die op ‘religieus autoritaire’ denkbeelden wijzen. Veel energiewerkers, holistische healers, non-dualisten en systeem- en opstellingenwerkers kunnen het beamen: de Natuur is overal en altijd beschikbaar, zij het dat het zijn/haar eigen ordening heeft en respect ervoor afdwingt. De ziel van alles is in, van en voor iedereen. Daarmee doet een nieuw maar nochtans oud -isme haar intrede: het pantheïsme. De goddelijkheid van én in alles. Het is deze oerreligie waaraan Spinoza refereerde en die tot op de huidige dag de steen des aanstoots is voor allen die de loop de dingen, de ziel van het Zijn en ook het welzijn van zichzelf en anderen denken te kunnen controleren. Ni Dieu, ni Maître.
(Wordt vervolgd).