
Yogananda beschrijft in zijn toelichting op de Bhagavad Gita* heel precies met welke deugden en ondeugden ieder mens in een strijd verwikkeld kan zijn. Hij maakt bovendien duidelijk dat de waarnemer (vyasa in het Sanskriet) in ons de voortgang van deze dagelijkse strijd aan ons door kan geven, zodat we bewust naar ons eigen handelen kunnen leren kijken.
Iedereen is zo`n strijder (Arjuna) en we hebben dan ook allemaal de taak onze gehechtheden aan die ondeugden te (leren) ontkrachten en te beseffen dat dit alleen maar lukt door daar bewust voor te (leren) kiezen. Omdat ieder mens vanaf zijn geboorte helemaal één is met het stoffelijke lichaam, klampt hij zich echter vast aan zijn verworvenheden en verzet zich. Dat blijkt uit het eerste hoofdstuk van Yogananda’s boek waarin staat dat Arjuna wanhopig is en het totaal niet meer ziet zitten. Hij zegt tegen Krishna dat hij zijn ondeugden, die verbeeld worden als zijn familieleden, niet kan “doden”; hij denkt dat het hem niet zal lukken zijn gehechtheid daaraan te ontkrachten.
Dan komt Krishna Arjuna te hulp en geeft hem inzichten. Hij vertelt in een dialoog met Arjuna dat wij als ziel de zintuigen en hun indrukken kunnen leren besturen en beheersen met de liefde van ons hart. Dat we liefdevol begrip (mededogen), vriendelijkheid, maar ook gelijkmoedigheid in ons dagelijkse leven kunnen ontwikkelen, waardoor we niet meer op onbeheerste wijze met onze begeerten en hartstochten hoeven mee te stromen. En, dat we onze gewoontes en conditioneringen wèl kunnen veranderen. Daar wordt in dit bijzondere boek de nadruk op gelegd. Ieder mens kan een meester worden van de zintuiglijke indrukken en de gedachten die zich daaruit kunnen ontwikkelen. Iedereen kan zichzelf meester worden. Dan groeit de tevredenheid en vrede in onszelf. Vanuit dat vredige evenwicht kunnen we uiteindelijk bewust samensmelten met het hoogste in onszelf: Krishna, de goddelijke geest van liefde-wijsheid in ons hart. Krishna is natuurlijk dezelfde als Christus. Hij is het die in het hart van iedere ziel die hier op aarde leeft een vonkje van Zichzelf legt, opdat zo`n geïncarneerde ziel de weg naar de goddelijke Vader terug kan vinden.
* Paramahansa Yogananda in: “God talks with Arjuna”; in 1999 uitgegeven door the Self-Realisation Fellowship, LA, USA.
